The Nature Institute in Ghent, New York, is met een ambitieus project bezig. Veel meer dan in de lekenpers verschijnt, leidt genetische manipulatie tot onbedoelde (non-targeted) effecten bij de organismen waarop ze wordt aangewend. Het sleutelen aan één of een paar genen blijkt niet zo eenduidige en voorspelbare effecten te hebben als verwacht werd: vaak ondergaat het hele organisme onverwachte veranderingen. Deze worden meer en meer beschreven in de vakliteratuur, maar vinden vooralsnog niet de weg naar het brede publiek en de overheden.Â
Het doel dat The Nature Institute zich stelt is nu juist deze neveneffecten op een overzichtelijke manier bijeen te brengen, en aldus bij te dragen tot een objectievere openbare discussie over biotechnologie in het algemeen en genetic engineering in het bijzonder.
Een van de pioniers van het instituut, Craig Holdrege, hield op vrijdag 30 mei 2008 in Brussel een voordracht. Â Â Â
« L'anthroposophie est un chemin de connaissance qui voudrait conduire le spirituel en l'être humain au spirituel en l'univers. Elle apparaît comme un besoin du cœur et du sentiment. Elle doit trouver sa justification dans le fait qu'elle est en mesure de donner satisfaction à ce besoin. Seul peut reconnaître le bien-fondé de l'anthroposophie celui qui trouve en elle ce qu'il est pour lui une nécessité de chercher à partir de son propre être intérieur. Ne peuvent de ce fait être anthroposophes que des hommes qui éprouvent certaines questions sur l'essence de l'homme et sur le monde comme une nécessité vitale, de même que l'on éprouve la faim et la soif. »
Rudolf Steiner, 1924, in Les Lignes directrices de l'anthroposophie §1, GA 26