Actuele berichten
Evolutietheorie
Onterechte conclusies op basis van de evolutietheorie - door Luc Vandecasteele
in Algemeen
De strijd tussen creationisten en wetenschappers die de materialistische evolutieleer aanhangen gaat verder. De Gentse universiteit meldde in januari 2008 extra middelen te hebben uitgetrokken om de laatste bij het publiek te promoten. Want ook de aanhangers van de visie dat God de wereld geschapen heeft, zowel in de USA als in de islamitische wereld, zetten zware middelen in. Daartussenin zijn er de verdedigers van het "intelligent design": er was wel evolutie, maar dan volgens een intelligent concept.Bij de visie dat er helemaal geen evolutie is geweest kunnen zeer grote vraagtekens geplaatst worden. Maar evenzeer voelen veel mensen de beperktheid van een visie die er uiteindelijk op neerkomt dat het hele bestaan, inclusief dat van de mens, op puur toeval berust en geen enkele zin heeft. En als het "intelligent design" een louter abstract idee blijft, draagt het weinig bij tot het vinden van de waarheid.
De evolutietheorie is niet een eenvoudige, coherente theorie die even waar is gebleken als bv. de relativiteitstheorie. Bepaalde elementen ervan werden al in het begin gecontesteerd en nog steeds is de theorie "in evolutie". Veeleer kan men spreken van een pre-wetenschappelijk vermoeden, nuttig voor de hypothesevorming, dan van een kant-en-klaar bewezen theorie. Hieronder vindt u een actuele stand van zaken, opgemaakt door Koonin vanuit het oogpunt van de evolutionaire genetica. Overigens zijn er nog andere leemtes, waar toonaangevende wetenschappers zoals Wolfgang Pauli en Francis Crick op wezen, zoals:
-het ontstaan van leven zelf uit dode materie is nog steeds door geen enkele theorie verklaard noch in het laboratorium nagedaan
-de materialistische evolutietheorie is op geen enkele manier in staat om het ontstaan van bewustzijn te voorspellen noch het nut ervan als selectief voordeel aan te tonen
-wat nagenoeg volledig ontbreekt en ook nauwelijks interesse lijkt op te wekken, is een realistische kansafschatting i.v.m. de evolutietheorie, hoewel dit een essentieel onderdeel zou moeten zijn van een theorie met wetenschappelijke pretenties: is het statistisch überhaupt mogelijk dat de enorme veelheid en complexiteit van de levende wezens ontstaan is enkel en alleen door toevallige mutaties die leiden tot betere aanpassing aan de omgeving, met daarna selectie door overleven van de best aangepaste organismen?
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Koonin: Hoe staat het met de centrale stellingen uit het Darwinisme (zowel uit de "Origins" van Darwin als uit de Moderne Synthese) in het licht van evolutionaire genetica ?
- Stelling 1 : het materiaal voor de evolutie wordt in de eerste plaats geleverd door willekeurige, erfelijk overdraagbare variaties - juist ; dit gebeurt o.a. door verdubbeling van genen en genenreeksen, verlies van genen, en uitwisseling van genetisch materiaal tussen organismen
- Stelling 2 : het vasthouden van (zeldzame) voordelige veranderingen (mutaties) door natuurlijke selectie is de voornaamste drijvende kracht van de evolutie, die in het algemeen leidt tot toenemend complexe adaptieve kenmerken van organismen; daardoor is vooruitgang een algemene trend in de evolutie - onjuist ; natuurlijke (positieve) selectie is een belangrijke factor in de evolutie, maar is slechts één van de vele fundamentele krachten, en niet de belangrijkste. De evolutie wordt gedomineerd door neutrale processen gecombineerd met uitzuiverende selectie. Toenemende genoomcomplexiteit ontstond door zo'n "zachte", uitzuiverende selectie in kleine populaties en niet door adaptatie aan de omgeving. Er is geen consistente trend tot toenemende complexiteit in de evolutie, en de notie "evolutionaire vooruitgang" is niet gerechtvaardigd.
- Stelling 3 : de variaties, vastgehouden door natuurlijke selectie, zijn zeer klein; de evolutie verloopt gradueel, met heel kleine stappen - fout ; de onder 1 genoemde processen zijn nooit infinitesimaal klein maar kunnen juist heel groot zijn, tot en met endosymbiosis (versmelten). Gradualisme is niet het belangrijkste regime in de evolutie.
- Stelling 4 : uniformitarianisme: de evolutionaire processen zijn grotendeels dezelfde gebleven tijdens de hele evolutie - grotendeels juist ; maar in de allereerste stadia van de evolutie hebben er waarschijnlijk processen plaatsgevonden die later in de "normale" evolutie niet meer gespeeld hebben. Grote overgangen, zoals het begin van de eukaryoten, zijn misschien tot stand gekomen door unieke gebeurtenissen zoals endosymbiosis.
- Stelling 5 : de hele evolutie van het leven kan voorgesteld worden als één enkele stamboom van het leven - fout ; de ontdekking van de bijdrage van transfer van genetisch materiaal voor de evolutie heeft dit concept in zijn oorspronkelijke betekenis onderuit gehaald. Het blijft echter van kracht als model voor de evolutie van individuele genen en nauw verwante organismen, en is misschien toch een centrale trend in de evolutie.
- Stelling 6 : alle bekende cellulaire levensvormen stammen af van heel weinig, en waarschijnlijk één enkele, voorouderlijke vorm - juist ; vergelijking van de genomen laat geen twijfel bestaan over het gemeenschappelijke voorouderschap van al het cellulaire leven. Er zijn echter aanduidingen dat de allervroegste levensvormen sterk verschilden van moderne cellen.
Uit: SURVEY AND SUMMARY
Darwinian evolution in the light of genomics
Eugene V. Koonin
National Center for Biotechnology Information,
National Library of Medicine,
National Institutes of Health, Bethesda, MD, USA
In: Nucleic Acids Research, 2009, 1-24
- - - - - - - - - - - - - - -
Â
Een andere grote leemte in de discussie rond de evolutietheorie is het gebrek aan belang dat gehecht wordt aan de uitzonderlijke gestalte van de mens ten opzichte van de dierenvormen, een fenomeen waar men niet naast kan kijken maar dat men wel moet willen zien.
De meest wetenschappelijk verantwoorde weg is die van de onbevooroordeelde waarneming van de fenomenen, in navolging van Darwin, de ontdekker van het evolutieprincipe. Dat is wat Jos Verhulst probeerde in zijn boek "Der Erstgeborene" (1999), dat intussen ook in het Engels en het Frans vertaald is.
De mens, als enig levend wezen dat blijk geeft van zelfbewustzijn, vertoont een uitzonderlijke lichaamsbouw die in hoge mate ongespecialiseerd is. Meer nog, zijn gestalte kan als een consequente realisatie beschouwd worden van een oorspronkelijk, algemeen zoogdierenbouwplan, waarvandaan de diervormen op velerlei wijze zijn "weggespecialiseerd". Op deze laatste kan men het darwinistische principe  toepassen: natuurlijke selectie op basis van aanpassing aan een welbepaalde omgeving en overleven van de best aangepaste organismen. Maar het uiteindelijk ten tonele verschijnen van het oorspronkelijke bouwplan zelf (in de mens) kan zo niet worden verklaard, omdat het als dusdanig nooit aan de mechanismen van natuurlijke selectie was blootgesteld vóór de verschijning van de mens. Bovendien zijn vele eigenschappen van dit aan de menselijke gestalte "gepreadapteerde" algemene zoogdierenbouwplan logisch op elkaar gericht en van elkaar afhankelijk. En uiteindelijk hebben ze alle samen de basis gelegd voor het mogelijk maken van het spraakvermogen. En het is dit vermogen dat de essentiële voorwaarde is voor het zelfbewustzijn.Deze vaststellingen kunnen de onbevooroordeelde waarnemer, of hij nu natuurwetenschapper of theoloog is of geen van beiden, op zijn minst met verwondering vervullen.
Als u hier klikt vindt u de tekst van een discussie die in 2004 op de website van SKEPP werd gevoerd door Stefaan Blancke, filosoof en scepticus, en Jos Verhulst, chemicus en auteur van "Der Erstgeborene". U vindt er een samenvatting van enkele belangrijke thema's uit het boek en de kritiek van een scepticus - aanhanger van de materialistische theorie, in een dubbel woord en wederwoord.
Enkele passages uit de samenvatting van Verhulst:
Het darwinisme biedt slechts weinig aanknopingspunten voor falsificatie. Maar op minstens één punt is de theorie zeer duidelijk : iedere vorm van selectie op basis van een toekomstig voordeel is uitgesloten. Darwinistische selectie opereert op concrete individuen, die in concrete situaties een onmiddellijk voor- of nadeel ondervinden van een bepaald kenmerk, en daardoor hun kansen op levensbehoud en uiteindelijk op voortplanting zien toe- of afnemen. Kenmerken die enkel voor latere generaties voordelig zouden blijken, en geen onmiddellijke verbetering van de overlevings- en voortplantingskansen opleveren, worden door het darwinistische mechanisme niet bevoordeligd. (...)
De mens wordt gekarakteriseerd door uitzonderlijk weinig specialisatie.(...) Bij de mens wordt, met andere woorden, het algemene bouwplan van de zoogdieren uitzonderlijk ver en consequent doorgetrokken. Daarbij komen de uitzonderlijke potenties van dit algemene bouwplan aan het licht. De specifieke kenmerken van de menselijke lichaamsbouw zijn geen specialisaties, maar zij ontstaan door de consequente doortrekking van de groeigradiënten in het algemene bouwplan (...). Men zou kunnen zeggen dat het algemene zoogdierenbouwplan ‘gepreadapteerd' was aan de mens. Maar dit algemene zoogdierenbouwplan werd voor de verschijning van de mens nooit in zo verregaande mate biologisch verwerkelijkt, en het heeft dus nooit blootgestaan aan het mechanisme van natuurlijke selectie. Eventuele evolutionaire voordelen die zouden verschijnen bij de consequente realisatie van dit bouwplan, kunnen dus niet toegeschreven worden aan het darwinistische mechanisme.
Het laatste hoofdstuk van mijn boek is gewijd aan het ‘compositiefenomeen'  Daarmee duid ik het gegeven aan, dat de schijnbare preadaptaties die het algemeen zoogdierenbouwplan vertoont ten opzichte van de menselijke gestalte, naar elkaar verwijzen en één complex en logisch geheel vormen. Het behoud van de vijfstralige vinger bijvoorbeeld, maakt werktuiggebruik enkel mogelijk indien ook de gestalte opgericht is, zodat de handen niet belast worden met een voortbewegingsfunctie. Deze opgerichte houding vergt dat het foramen magnum zich onderaan de schedel bevindt, dat het hart direct op het middenrif rust, dat de borstkas breder wordt, dat de slagaders reeds dicht bij het hart uitwaaieren naar de linker- en rechterzijde van het lichaam enz. Deze kenmerken treden bij de mens inderdaad op, maar niet doordat van het veralgemeende zoogdierenplan specialisatiegewijs wordt afgeweken, maar integendeel doordat dit plan consequent wordt behouden en doorgetrokken. De ontogenie van een doorsnee zoogdier zoals bijvoorbeeld een schaap, begint met een vrij ronde schedel, die pas in latere fasen wordt omgebouwd tot een uitgerokken snoetvorm met grijpfunctie; de vroege hand van het schaap zal nog veel duidelijker de sporen van de originele vijfstralige vorm vertonen; in de borstkas van het schaap zal het hart aanvankelijk in vol contact staan met het middenrif, en de slagaders zullen in de eerste fasen een volledig mensachtig vertakkingspatroon laten zien enz. Al deze kenmerken, die bij het schaap worden veranderd en bij de mens blijven behouden, maken niet enkel deel uit van het algemene zoogdierenbouwplan, maar zij verwijzen bovendien functioneel naar elkaar. De kenmerken die ontstaan door de consequente ontwikkeling van het algemene zoogdierenbouwplan, leiden niet tot een verzameling onsamenhangende gevolgen, maar zij produceren door hun samenhang een geweldig functioneel surplus (zoals een stel losse onderdelen, die afzonderlijk functieloos lijken maar samengevoegd een functionele motor opleveren). Deze kenmerken vormen, met andere woorden, een ‘compositie'. Zij maken, doordat zij elkaar aanvullen, de opgerichte houding mogelijk, het werktuiggebruik en uiteindelijk de spraak. Dit bestaan van een functioneel complex in de aanleg van het algemene zoogdierenbouwplan, dat vanaf de verschijning van de zoogdieren biologisch aangelegd was doch nooit zijn potentie kon ontvouwen vooraleer de mens ten tonele verscheen, wijst op een element van mensgerichte anticipatie in de evolutie, dat niet darwinistisch kan worden verklaard.
Der Erstgeborene, Verlag Freies Geistesleben, ISBN 3-7725-1557-6
Eng.: Developmental Dynamics, Adonis Press, ISBN 0-932776-28-0
Fr.: L'Homme, premier-né de l'évolution, Ed. Aethera, ISBN-10: 2915804117; ISBN-13: 978-2915-804119.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Geleid worden door een ster wil niets anders zeggen dan de ziel zelf als een ster zien."
Rudolf Steiner









